Ozzie, ozzie, ozzie…

Alweer enkele dagen zit ik in Brisbane, in de staat Queensland. De hostels hiervoor lagen in New South Wales (NSW).
Nu is het zo dat beide staten wel in dezelfde tijdzone zitten, maar NSW hanteert wel de Daylight Savings Time, de zomertijd dus, omdat het hier nu zomer is. Maar Queensland niet. Daarom zit ik, terwijl ik wel verder naar het oosten zit, toch met minder tijdsverschil met Nederland. Slechts 9 uur ipv 10.

Vandaag, 26 januari, is Australia Day. Heel het land (de blanken dan) vieren dat op die dag in 1788 een stukje huidig Australië werd verworven door de Engelsen. Het begin van het einde van de Aboriginals die er al zo’n 50.000 jaar zitten.

Het feest zelf verschilt per stad, maar bestaat vooral uit inhuldigingen van nieuwe Australiërs, rare wedstrijden (een kakkerlakkenrace..) en feesten. Bij dat laatste hoor je vooral iemand “ozzie, ozzie, ozzie” roepen, waarop de Australiërs antwoorden met “oi, oi, oi”. Hier in Brisbane betekent het dat de helft van de inwoners op de Southbank de dag doorbrengt. Dit park staat bekent om zijn kunstmatig aangelegde strand aan een zwembad, culturele activiteiten en eettentjes en daar is dus ook iedereen te vinden. Een soort Koninginnedag, maar dan gemoedelijker en zinder de vrijmarkt.

Doordat het vroeger donker wordt, is het ook eerder tijd voor vuurwerk. Vanaf het dakterras van het hostel waar ik nu zit was dat goed te zien. Foto’s van overdag en het vuurwerk staan op http://bosmeneer.nl/fotoalbum/

Donderdag vertrek ik naar Hervey Bay waar ik 2 dagen later een tour op Fraser Island ga doen. Met een gids in een 4WD verken je 3 dagen het eiland en slaap je 1 dag op het strand. Daarna reis ik richting Airlie Beach voor de Whitsundays.

Owja, de foto’s van de zonsopgang in Byron Bay hadden jullie nog tegoed! Dus die staan er ook op 🙂

26 januari 2010 |

Het ultieme backpackersleven…

Mijn vorige stukje had ik al eerder geschreven, vlak voor ik wegging uit Port Macquarie, maar ik had nog geen tijd om het te plaatsen.

Inmiddels heb ik 2 dagen Yamba gehad en heb daarbij een door de eigenaar van het hostel zelf georganiseerde tour gehad door het dorp en de stranden in de omgeving. De sfeer wordt gelijk erg goed als die eigenaren zo graag met de backpackers omgaan. Je zou er aan de ene kant dan graag wat langer willen blijven, maar je wilt ook graag verder reizen en meer gaan zien. De Australiërs zelf schijnen trouwens wat onbeschoft te kunnen zijn en die worden ook gemeden door de kleinere hostels, terwijl juist zijzelf (de surfers) het hele backpacken in Australië op de kaart hebben gezet.

Na Yamba is het door naar Byron Bay. Een toeristisch dorpje waar een love & peace jare-60-sfeer hangt. Eén nacht in een ander hostel, maar op dit moment zit ik in Arts Factory Lodge. Iedereen die er niet geweest is, kent het als het ultieme relaxte backpackersleven. Zijn ze er wel geweest dan is het verschillend, je vindt het niets of het is helemaal top. Ik kan zeggen dat het helemaal top is. De lodge (je mag geen hostel zeggen) ligt iets uit het dorp middenin het regenwoud. De gecko’s lopen over het plafond, kalkoenen over het terrein en een van de medewerkers heeft haarfijn uitgelegd dat er ook wel eens giftige spinnen in de douches kruipen. Sommigen vinden de sfeer hippie-achtig, omdat er wordt geblowd (wat illegaal is in Australië) en er yoga-lessen, meditaties en didgeridoor-lessen worden gegeven. Je kan het ook alternatief, niet-mainstream noemen.

Het leuke aan de hostels waar ik nu verblijf is dat een hoop backpackers dezelfde kant op reist: Cairns in het noorden. Ik ben al meerdere mensen uit vorige hostels opnieuw tegengekomen zoals bij de bushalte waar ik uitstap en zij op weg zijn naar de volgende stop.

Voorlopig is dit m’n laatste stukje uit Byron Bay. Overmorgen zal ik de zonsopkomst op het meest oostelijke punt van Australië meemaken. Vroeg op, maar het schijnt iets moois te moeten gaan worden.

En ja, er zijn weer foto’s bij geplaatst op http://bosmeneer.nl/fotoalbum/

21 januari 2010 |